maandag 13 juli 2015

Hondkat

Hoewel ik echt een hondenmens ben, vind ik katten over het algemeen erg grappig in hun doen en laten. Ik moet vaak lachen om de bekende kattenfilmpjes op YouTube als ze zich groots voordoen tegenover hun spiegelbeeld of als ze per ongeluk mis springen naar hun schaduw en achter de bank verdwijnen, of als je ze ziet schrikken van broodroosters. Maar ook het subtiele vissen met hun klauwtje richting je bord als je net iets lekkers eet. Of als ze maar blijven draaien op je schoot, al klauwend op je nieuwe broek en uiteindelijk met hun aars richting je gezicht uiteindelijk een plekje weten te vinden.

Mijn zus had ooit een rode kater. Ze was vastberaden toen ze naar het asiel ging: ze wilde daar een rode kater uitzoeken. Om in Jan Kruis' humor te spreken hadden ze in het asiel de -er eraf gehaald en nam mijn zus uiteindelijk een rode kat mee naar huis.
Maar wat een leuk beest was dat zeg! Hij heette Tom. Ik paste wel eens op, als mijn zus op vakantie ging. Zodra je de deur opendeed begon hij verhalen tegen je te vertellen. Hij was oprecht blij met je komst, ging hem niet eens om het eten. Ik bleef vaak een tijdje met hem op de bank zitten, een tv-programma kijken. Even later haalden we samen de post, beneden in het appartement. Dan namen we de lift en wandelden we lekker een stukje door de entree en langzaamaan weer terug. Dat was hij gewend te doen met mijn zus of haar vriend. En als ik dan weer wegging, dan zei hij me ook een soort van gedag. Eigenlijk was het een soort hondkat.


www.kunstencanvas.nl
Mijn zus en haar vriend hebben na zijn dood na verloop van tijd toch weer nieuwe katten genomen. Dit keer twee, zusje en broertje van elkaar. Waarbij de poes clipjes van stroopwafelverpakkingen apporteert en de zwarte kater mijns inziens een typische, gereïncarneerde (buitenlandse) filosoof is. Dit, vanwege zijn voorkeur voor "buitenlands" eten en de neiging om bijna onzichtbaar te worden en vanuit hoekjes uit het raam te staren.



Dichter bij huis hebben we de Daktijger: een trotse verschijning, die nog het meest weg heeft van een Turkse Angora (even gegoogled dus. Nogmaals: ik ben geen kattenmens...). In de ochtend maakt hij zijn ronde over de daken van buren, terwijl hij in zijn eigen bubbel leeft. Hij voelt zich een ware krijger, die het liefst op de uiterste punt van de klokgevel gaat zitten. De zwaluwen scheren plagend langs zijn kop en volgens mij denkt hij er echt ooit één te vangen. Dat heb ik 'm tot op heden nog niet zien doen. Ik verwacht hem dan ook nog regelmatig terug te zien. Al met al vind ik katten maar rare beesten, maar ik heb ook veel bewondering voor ze.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen